De Web Content Accessibility Guidelines (WCAG) zijn een reeks richtlijnen ontwikkeld door het World Wide Web Consortium (W3C) om webcontent toegankelijk te maken voor mensen met verschillende vormen van beperkingen. Deze richtlijnen stellen criteria vast waaraan digitale content moet voldoen om bruikbaar te zijn voor alle gebruikers, inclusief mensen met visuele, auditieve, motorische, cognitieve of neurologische beperkingen.
WCAG richtlijnen zijn verdeeld in vier principes - waarneembaarheid, bedienbaarheid, begrijpelijkheid en robuustheid - elk met specifieke succescriteria om te helpen bij het maken van toegankelijke webcontent.
Bekijk ook: Wat is digitale toegankelijkheid?
Alt-tekst bij de afbeelding
Een Alt-tekst, ook wel alternatieve tekst genoemd, beschrijft een afbeelding voor gebruikers die deze niet kunnen zien, zoals mensen met een visuele beperking of wanneer de afbeelding niet laadt. Het doel is om de context en boodschap van de afbeelding over te brengen voor gebruikers die gebruikmaken van technologieën zoals schermlezers.
Voorbeelden van een ALT-tekst
Als aanbieder moet je bij het invoeren van een Alt-tekst rekening houden met de volgende richtlijnen:
Beschrijvend
Zorg ervoor dat je Alt-tekst een nauwkeurige beschrijving geeft van de inhoud en de functie van de afbeelding. Dit kan bijvoorbeeld het onderwerp van de afbeelding zijn of de informatie die wordt gecommuniceerd.
Beknopt
Houd je Alt-tekst kort en beknopt, maar zorg ervoor dat alle relevante informatie wordt opgenomen. Probeer onnodige details te vermijden.
Informatief
Zorg ervoor dat je Alt-tekst de gebruiker voldoende informatie geeft om de afbeelding te begrijpen, zelfs als ze de afbeelding niet kunnen zien. Dit kan onder meer inhouden wat er op de afbeelding staat, wat het doel ervan is, of welke actie er kan worden ondernomen met betrekking tot de afbeelding.
Relevant
Zorg ervoor dat je Alt-tekst relevant is voor de context van de webpagina en de boodschap die je wilt overbrengen.
Het gebruiken van headers
Headers worden gebruikt om de hiërarchie van de inhoud op een webpagina aan te geven. Dit omvat de hoofdtitel van de pagina (H1), gevolgd door subonderwerpen (H2, H3, enzovoort). Dit verbetert de toegankelijkheid voor gebruikers, inclusief die met beperkingen, doordat de inhoud duidelijk en logisch wordt gepresenteerd voor schermlezers en andere hulptechnologieën.
Header 1
H1 is de belangrijkste titel van een pagina of sectie en moet slechts één keer per pagina voorkomen. Het bevat de kernboodschap van de pagina. De titel van het aanbod wordt weergegeven als H1.
H2 wordt gebruikt voor belangrijke sectietitels die onder H1 vallen en een hiërarchische structuur creëren.
Header 3
H3 wordt gebruikt voor subsecties binnen H2-secties om verdere verdeling van de inhoud te bieden.
Header 4
H4 wordt minder vaak gebruikt en hangt af van de complexiteit van de pagina, meestal voor extra verfijning binnen H3-secties of binnen H2-secties.
Normale tekst
Normale tekst bevat de hoofdinhoud van de pagina, zoals paragrafen en lijsten, en moet goed gestructureerd en geformatteerd zijn voor optimale leesbaarheid.